Honden
Loopsheid
Loopsheid
Loopsheid en preventieve maatregelen
De loopsheid begint ongeveer op een leeftijd van 9 - 10 maanden, met een variatie van 6 tot 24 maanden. Er bestaat een grote variatie tussen de verschillende rassen, dus de exacte leeftijd is niet te voorspellen. Het interval tussen de loopsheden is ongeveer 6 maanden, maar deze varieert ook, van 4 tot 12 maanden.
De loopsheid kan ingedeeld worden in twee perioden, namelijk de pro-oetrus en de oestrus (de ‘oe' wordt uitgesproken als ‘eu'). Na de loopsheid zijn er nog twee periodes die de hormonale cyclus van de teef compleet maken, de metoestrus en de anoestrus.
- Pro-oetrus wordt gekenmerkt door gedragsveranderingen (geurvlaggen zetten en aandacht vragen) en lichamelijke veranderingen, zoals zwelling van de vulva en bloederige uitvloeiing. De teef wordt dan ook erg aantrekkelijk voor reuen. Deze periode duurt gemiddeld 9 dagen.
- Oestrus : begint als de teef de reu toelaat voor dekking. De zwelling van de vulva zal tijdens deze periode geleidelijk afnemen en over het algemeen zal de uitvloeiing minder bloederig gaan worden. Deze periode duur ook gemiddeld 9 dagen. Tijdens deze periode vindt de ovulatie (eisprong) plaats. Deze eicellen moeten eerst rijpen tot vruchtbare eicellen en dan blijven ze ongeveer 2-3 dagen vruchtbaar.
De twee hierboven genoemde duur van beide periodes is een gemiddelde, er is variatie tussen de rassen en zelfs binnen hetzelfde ras. Indien de loopsheid meer dan 3 weken duurt adviseren wij u contact op te nemen met uw dierenarts.
- Metoestrus : begint als de teef niet meer gedekt wil worden. Deze periode duurt ongeveer 9 weken. De vulvalippen zullen nog meer gaan slinken en er is dan geleidelijk ook geen uitvloeiing meer te zien.
De metoestrus is bij de gedekte teef de drachtperiode, waar op gemiddeld dag 63 na dekking de bevalling volgt. Tijdens deze periode vindt bij de niet gedekte teef de schijnzwangerschap plaats, ongeveer 4 tot 8 weken na de loopsheid. Dit is een normaal verschijnsel (verdere informatie over schijnzwangerschap kunt u hieronder vinden).
- Anoestrus : is de periode tussen de metoestrus en pro-oestrus. Deze periode duurt ongeveer 3 tot 4 maanden. Tijdens deze fase verkeert het geslachtsapparaat min of meer in een rusttoestand. Er is geen uitvloeiing te zien en de vulva is ook niet gezwollen.
De eigenaar van een teef heeft eigenlijk 3 opties ten opzichte van de loopsheid. Deze zijn:
1. Castreren/steriliseren
Castratie is het verwijderen van de eierstokken en baarmoeder, ook wel ovariohysterectomie genoemd. Deze methode wordt bij ons in de kliniek gebruikt. Een andere optie is het alleen verwijderen van de eierstokken, wat ovariëctomie genoemd wordt.
In onze kliniek wordt geadviseerd te castreren na de eerste loopsheid en voor de tweede loopsheid. Onze ervaring leert dat teven qua uiterlijk en gedrag niet volwassen worden, als ze voor de eerste loopsheid gecastreerd worden.
Voordelen van castratie :
- geen baarmoeder meer die later voor eventuele problemen kan zorgen.
- geen loopsheidverschijnselen en schijnzwangerschap meer.
- indien geopereerd wordt voor de 2de loopsheid is de kans op borsttumoren nihil.
Nadelen van castratie :
- permanente oplossing.
- operatie nodig.
- gewichtstoename.
- vachtveranderingen.
- toename van gedragsproblemen.
- incontinentie.
Gewichtstoename kan worden beperkt door na de ingreep minder te gaan voeren. De teef heeft vanaf nu minder energie nodig.
Toename van gedragsproblemen kunnen voorkomen bij teven die voor de ingreep al erg dominant zijn tegenover de eigenaar of tegen andere honden. Na de ingreep kunnen zij nog dominanter worden. De vrouwelijke hormonen zijn dan niet meer aanwezig zijn die als het ware een lichte rem op het gedrag geven.
Incontinentie kan voorkomen bij alle rassen. Deze incontinentie wordt vaak veroorzaakt door een tekort aan het hormoon oestrogeen. De plasbuis wordt door dit tekort slapper en kan de urine dan niet meer goed tegenhouden waardoor de teef kan gaan druppelen, vooral bij liggen en opstaan. Vaak kan dit probleem opgelost worden met behulp van medicatie.
2. Prikpil
Hiermee wordt bedoelt een injectie met progestagenen (afgeleiden van het zwangerschapshormoon progesteron). Door deze injectie wordt loopsheid voorkomen.
De injectie vindt 4 maanden na de eerste dag van de loopsheid plaats. De prikpil kan op iedere leeftijd begonnen worden. De injectie wordt in de nek onderhuids gegeven.
Voordelen:
- niet definitief; kan op elke moment gestopt worden.
- geen gedragsveranderingen.
- geen operatie.
Nadelen:
- kale plek op injectieplaats of haarverkleuring.
- baarmoederproblemen; ontstekingen of weefselveranderingen.
- borsttumoren.
3. Loops laten worden
Voordelen:
- goedkoop.
- kan ieder moment besloten worden om te gaan fokken.
Nadelen:
- last van reuen die de teef interessant vinden.
- uitvloeiing tijdens de loopsheid.
- schijnzwangerschapsverschijnselen.
- baarmoederontstekingen.
- borsttumoren.
- suikerziekte.
De verschillende opties zijn onder andere afhankelijk van het betreffende dier, de situatie waarin het verkeerd en natuurlijk ook de eigenaar. We zullen met een gesprek altijd tot de juiste oplossing proberen te komen.
Schijnzwangerschap
Schijnzwangerschap is een normaal verschijnsel bij de teef. Er vindt een geringe tot matig zwelling plaats van de melkklieren. Dit ontstaat 4 tot 8 weken na het einde van de loopsheid. Schijnzwangerschap ontstaat door een snelle afname van het zwangerschapshormoon progesteron, dat door het gele lichaam op de eierstokken geproduceerd wordt. Door deze afname wordt de afgifte van prolactine gestimuleerd. Dit hormoon is nodig bij de melkproductie en melkgift.
Ook bij de drachtige teef is er een toename van de prolactine. Vlak voor de geboorte van de pups vindt er een natuurlijke daling plaats van het zwangerschapshormoon en zorgt dit voor de groei van borstweefsel.
Bij wolven, de voorouders van onze huishond komt schijnzwangerschap ook voor. In een roedel zijn alle teven tijdens dezelfde periode loops en wordt meestal alleen de alpha-teef gedekt. De andere teven worden niet gedekt en kunnen dan schijnzwanger worden. Indien de alpha-teef gewond raakt, ziek wordt of zelfs dood gaat kan een andere teef dienstdoen als zoogmoeder, want de melk is van normale samenstelling.
Bij sommige teven komt de schijnzwangerschap in zo'n mate voor dat er zelfs melkklierontwikkeling en melkgift plaatsvindt. Hiernaast komen er gedragsveranderingen voor, zoals nestgedrag, slepen met speeltjes of knuffels, rustiger worden of zelfs agressiviteit. Er bestaat ook nog het gevaar op borstontstekingen en melkrestjes in het borstweefsel.
De therapie bij ernstige schijnzwangerschap is gericht op het stoppen van het afwijkende gedrag door afleiden, veel bewegen en het weghalen van piepende speeltjes. Met behulp van medicatie wordt het stoppen van de afgifte van prolactine bewerkstelligd. De tabletten worden ongeveer 10-14 dagen gegeven. De eerste paar dagen wordt de halve dosering gebruikt en na het eten toegediend, omdat het middel braken kan veroorzaken.
Drachtigheidsdiagnostiek bij de teef
1. Buikpalpatie (buik navoelen): tussen de 24e - 32e dag van de dracht. De vruchtblaasjes kunnen dan gevoeld worden. Deze methode is lastig, aangezien deze erg te beïnvloeden is door het dier zelf (aanspannen van de buikspieren en verzet) en door de grootte van de dracht (minder vruchten is moeilijker te voelen).
Pas na dag 45 zal het voelen in de buik verder uitsluitsel kunnen geven, aangezien de vruchten dan zelf te voelen zijn.
2. Echo: vanaf de 24e – 28e dag van de drachtigheid. De vruchtblaasjes kunnen zelf in beeld gebracht worden. Wat later kan zelfs de vrucht te zien zijn. Hiermee kan vastgesteld worden of ze levend zijn, dit door middel van de hartslag. Het aantal kan soms lastig te voorspellen zijn als er veel vruchten zijn. Hiervoor is methode 3 een betere optie.
3. Röntgenfoto: vanaf de 45e dag. De botjes van de vruchten beginnen dan te verkalken en zijn dan dus zichtbaar op de foto. Het aantal kan hiermee nauwkeuriger ingeschat worden.
Deze soorten van diagnostiek zijn aan te bevelen bij de drachtige teef. Hiermee kan een inschatting gemaakt worden over de grootte van het nest, zodat eventuele problemen voorkomen kunnen worden. U als eigenaar weet dan hoeveel pups er geboren worden, zodat u zeker weet dat alle pups eruit zijn gekomen.
Ook met betrekking tot kleine nesten, bijvoorbeeld 1 pup, kunnen er problemen ontstaan. Vaak worden deze pups langer gedragen en doordat er meer ruimte in de baarmoeder is zullen ze groter worden, wat weer problemen kan geven bij de bevalling.
Openingstijden
Dinsdag 9.00 tot 19.00 uur
Woensdag 9.00 tot 19.00 uur
Donderdag 9.00 tot 19.00 uur
Vrijdag 9.00 tot 19.00 uur
Zaterdag 16.30 tot 17.00 uur
Zaterdag is inloopspreekuur
Maandag t/m Vrijdag
behandeling volgens afspraak