Degoe

images.-20 degoeDe geschiedenis

Degoes zijn afkomstig uit het Andesgebergte in Chili in Zuid-Amerika. Daar leven ze in grote troepen op de rotsen. Midden 18de eeuw werden de eerste degoes door Europeanen ontdekt.

Destijds werden ze voor eekhoornachtige aangezien en als zodanig door wetenschappers ingedeeld. Later kwam men er echter achter dat het hier niet gaat om eekhoorns, maar om dieren die nauw verwant zijn aan het andere vriendelijke en in groepen levende dier uit Zuid-Amerika: de cavia. Vlak na hun ontdekking werden degoes geïmporteerd naar dierentuinen in Europa. In het midden van de 20e eeuw vonden de meeste degoes hun weg naar laboratoria, waar ze werden gehouden in verband met onderzoeken naar hun sociale gedrag, maar ook voor medische doeleinden.

Geslachtsonderscheid

Je kunt degoe-mannetjes en -vrouwtjes vrij moeilijk van elkaar onderscheiden. Het enige waaraan je kunt zien of het gaat om een mannetje of een vrouwtje is de afstand tussen de anus en de geslachtsopening. Bij mannetjes is de afstand hiertussen veel groter dan bij vrouwtjes. Bij beide vormt de geslachtsopening een soort uitsteeksel, maar bij het geslachtsrijpe mannetje is dit uitsteeksel groter dan bij het vrouwtje.

De huisvesting

De huisvesting van degoes is vrij eenvoudig. Een grote kooi met fijne tralies (het zijn immers maar kleine dieren) met daarin een boomstam dat ze lekker kunnen klauteren is al goed. Let wel op de bak van de kooi: soms knagen ze namelijk het plastic kapot en kun je dus al het zaagsel van de grond vegen. Sommigen houden hun degoes in een aquarium, wat ook een prima idee is.

Op de bodem kun je houtkrullen leggen. Deze moeten beslist stofvrij zijn, omdat degoes longontsteking kunnen ontwikkelen door een te hoog stofgehalte in hun bodembedekking. Ook houtkrullen van dennehout zijn niet altijd even gunstig voor hun gezondheid, dus hou het liever op gewoon houtzaagsel.

Waar degoes ook gek op zijn is hooi. Hiermee kunnen ze hun nest bekleden en ze kunnen er ook op knagen. Zorg dat er altijd wat van in de kooi ligt, ze hebben er heel veel lol aan. Kies wel voor kwaliteitshooi, er mag geen grote hoeveelheid stof in zitten en het moet een fijne structuur hebben.

Degoes houden erg van graven, pinda's en dergelijke worden goed verstopt in de bodembedekking (vaak zo goed dat ik bij het schoonmaken van de kooi héél veel vergeten pinda's in het houtzaagsel aantref...).

Omdat je voldoende klimgelegenheden moet geven mag de kooi niet te klein zijn. Een kooi van 60 x 40 x 50 is een minimum voor twee degoes. Daarnaast moeten degoes zoals alle andere knaagdieren hun gebit veel en intensief gebruiken om te voorkomen dat hun voortanden te ver doorgroeien. Wilgenhout en takjes van fruitbomen zijn zeer geschikt, maar degoes proberen hun tanden toch wel uit op alles wat in de kooi aanwezig is. Let daarom op voor plastic speeltjes e.d., als ze plastic binnenkrijgen kan dat zeer vervelend aflopen.

Zet op de bodem van de kooi een flinke zware bak van aardewerk die je vult met chincilla-zand. Degoes baden hier graag in en houden zo hun vacht in uitstekende conditie. Hierbij geldt wel dat ze dit gedrag aangeleerd moeten hebben van hun soortgenoten.

Voeding

Degoes leven in de vrije natuur op een rotsbodem met een struikachtige begroeiing en dus moet je hun voedsel hier op afstemmen. Ze eten granen, grassen, zaden en wat er verder nog meer voorhanden en eetbaar is. Er bestaat speciaal voer voor degoes, maar dat is haast nergens verkrijgbaar. Hamstervoer is een goed alternatief. Daarnaast eten degoes graag kleine beetjes fruit en groenten, maar geef ze niet teveel. Dan kunnen ze darmproblemen krijgen. Sla is door het hoge vochtgehalte ongeschikt, vaak gaan ze hiervan meteen aan de diarree.

Als huisdier gehouden degoes krijgen vaak te veel calorierijke en vezelarme hapjes en tussendoorjes. Deze veroorzaken vervetting, wat vaakt leidt tot het ontstaan van suikerziekte, een ongeneeslijke aandoening waarvoor degoes helaas vrij bevattelijk zijn. Verwen je degoes dus nooit teveel met tussendoortjes zoals caviasnoepjes etc.

Hooi is zeer geschikt voedsel, omdat het vezelrijk is. Zorg ervoor dat dit altijd in ruime hoeveelheid aanwezig is, maar zorg wel dat het stofvrij is. Water kun je het beste uit een drinkflesje of een stenen bakje geven. Plastic bijten ze kapot.

Gedrag

Degoes zijn sociaal levende dieren. Zoals ook bij de geschiedenis staat, leven ze in de vrije natuur in grote groepen op de rotsen, waar ze graag klimmen en klauteren; hiervoor zijn ze uitstekend uitgerust met vier grijppootjes. Ze klimmen met gemak tegen de tralies van de kooi omhoog. Net als de cavia maken degoes piep- en gromgeluidjes om te communiceren.

In tegenstelling tot veel andere knagers zijn degoes uitgesproken dagactieve dieren en slapen ze 's nachts. Bij de eerste zonnestralen komen ze tevoorschijn en gaan op zoek naar voedsel. Midden op de dag worden ze meestal wat rustiger en tegen het einde van de middag worden ze weer actief. Zolang het licht is zijn ze actief.

Helaas worden degoes vaak solitair gehouden. Het is beter voor een degoe om in een klein groepje, of in elk geval in het gezelschap van één andere soortgenoot te leven. Wil je toch een degoe solitair houden, dan zul je het dier beslist minimaal een paar uur per dag alle aandacht moeten schenken om te voorkomen dat het dier gedragsstoornissen gaat ontwikkelen. Bij het samenstellen van een groep degoes moet je voorzichtig te werk gaan.

Het is wel zo dat ze in de vrije natuur vrijwel nooit vechten, maar daar zijn dan ook voldoende uitwijkingsmogelijkheden. Een kooi of een ander verblijf biedt die mogelijkheden niet. Vrouwtjes gaan, ook als ze elkaar niet kennen, over het algemeen genomen heel goed met elkaar om en geven geen problemen. Het probleem zit hem voornamelijk in de geslachtsrijpe mannetjes. Volwassen mannetjes die niet samen zijn opgegroeid kunnen vaak niet samenleven - zeker niet als er vrouwtjes in de buurt zijn! Zijn er echter voldoende vrouwtjes per mannetje aanwezig en is het verblijf erg ruim, dan gaat het vaak wel weer goed. Problemen ontstaan normaal gesproken dus voornamelijk door een tekort aan vrouwelijke dieren gecombineerd met een te kleine ruimte.

Voortplanting

Over het tijdstip waarop degoes geslachtsrijp zijn bestaat nogal wat tegenstrijdige informatie. De een zegt dat de degoe pas geslachtsrijp is als hij zes maanden oud is, en de ander zegt dat een bevruchting al kan plaatsvinden als het vrouwtje slechts vijf weken oud is.

Houdt er wanneer je jonge degoe-vrouwtjes hebt in elk geval rekening mee dat zij al vrij jong bevrucht kunnen worden, en zet ze op de leeftijd van vijf a zes weken apart van hun vader en broers, zodat zij niet ongewenst zwanger zullen worden.

Bij degoes is vanaf het moment dat ze geimporteerd werden uit Chili veel inteelt geweest. Vaak werden broer en zus, of vader en dochter, met elkaar gekruist. Hierdoor zijn een aantal aandoeningen ontstaan waar degoes erg gevoelig voor zijn. Om er voor te zorgen dat je degoes zo gezond mogelijke jongen krijgen moet je dus proberen te voorkomen dat familieleden met elkaar gekruist worden.

De draagtijd van een bevrucht degoe-vrouwtje is 90 dagen (3 maanden !), en dat is vrij lang voor een knaagdier. De jongen van de degoe zijn bij de geboorte dan ook al helemaal "af", dat wil zeggen dat zij al een vacht hebben, hun oogjes zijn open, en ze kunnen al aardig lopen. In het begin blijven ze wel nog in hun nest, maar het duurt niet lang voor ze hun omgeving gaan verkennen. Na een paar weken beginnen de jongen al wat mee te eten van het voedsel van hun ouders, en na een week of vijf a zes hebben ze geen moedermelk meer nodig. Een degoe-nest bestaat gemiddeld uit vijf jongen, maar het kunnen er ook drie of zelfs tien zijn.

Degoes bepalen zelf hun tijdstip van paren. Het mannetje wil wel wat vaker paren, maar in de meeste gevallen staat het vrouwtje dit niet toe. Ze loopt dan weg, en piept op enigszins boze toon tegen het mannetje. Slechts eens in de twee a drie weken zal het vrouwtje een dekking toelaten, hoewel dit wel per degoe verschillend zal zijn. Het vrouwtje is meteen nadat de jongen geboren zijn alweer vruchtbaar, maar vaak wordt zij pas weer bevrucht als zij haar jongen heeft grootgebracht.

Je kunt het mannetje tijdens de bevalling en ook daarna gewoon bij het vrouwtje en de jongen laten. Normaal gesproken zal hij niet agressief worden ten opzichte van de jongen, en zal hij zelfs meehelpen bij hun verzorging. De jonge degoes mogen bij hun ouders weg als ze 5 tot 6 weken oud zijn.

Gemiddelde leeftijd

Degoes die als huisdieren worden gehouden worden normaal gesproken tussen de vijf en acht jaar oud. De meeste knaagdieren worden niet ouder dan een jaar of twee, dus de hoge leeftijd die een degoe kan bereiken is vrij uitzonderlijk. In de vrije natuur overlijden ze meestal veel eerder, ze worden dan maximaal vier jaar oud. Dit heeft te maken met het minder goede voedsel, de grotere kans op ziektes en het gevaar van vijanden in de vrije natuur

Openingstijden

Maandag      9.00 tot 19.00 uur
Dinsdag       9.00 tot 19.00 uur
Woensdag   9.00 tot 19.00 uur
Donderdag  9.00 tot 19.00 uur
Vrijdag          9.00 tot 19.00 uur
Zaterdag    16.30 tot 17.00 uur
Zaterdag is inloopspreekuur
Maandag t/m Vrijdag
behandeling volgens afspraak

© Copyright 2011 Dierenkliniek Middeldiep, Alle rechten voorbehouden.
Development by HvN webdesign