Overige dieren
Konijn
Konijn
Konijnenvoer is belangrijk voor konijnen. In goed konijnenvoer zit alles wat uw konijn nodig heeft aan voedingsstoffen. In de natuur zoeken wilde konijnen zelf wat ze nodig hebben. Onze tamme konijnen kunnen dat niet meer, omdat ze zo gedomesticeerd zijn. Is hun intuïtie verloren gegaan.
Een konijn heeft per dag ongeveer 25-50 gram konijnenvoer per kilo lichaamsgewicht nodig. Deze totale hoeveelheid kunt u verdelen in 2 porties over de dag. Weeg u konijn regelmatig, zodat u in de gaten kan houden of het konijn niet te zwaar wordt. Het geeft niet als het bakje konijnenvoer een aantal uur leeg staat, zolang het konijn maar genoeg hooi te eten heeft.
GEMENGD VOER
Gemengd voer ziet er vaak erg smakelijk uit, maar vaak bevat het teveel vet en suiker, waardoor uw konijn te dik of ziek kan worden. Let er bij gemengd voer op, dat uw konijn niet alleen de lekkere dingen eruit eet. Blijf uw konijn alleen de lekkere dingen eruit eten, stap dan over op alleen biks.
BIKS
Met biks bedoelen wij de bruine, staafvormige konijnenkorrel. Deze korrels bestaan uit samengeperste, gedroogde mix van verschillende soorten planten en graansoorten, verrijkt met vitamines en mineralen.
In elk portie zit precies wat uw konijn nodig heeft en uw konijn kan niet alleen het lekkere eruit eten.
Je hebt ook een aantal goede groentes en fruit die u kunt geven aan uw konijn, maar let wel op dat u niet teveel geeft. Bij grote hoeveelheden heeft uw konijn kans op dunne ontlasting.
GROENTES/FRUIT
- peen
- appel
- komkommer
- banaan
- paprika
- watermeloen
- andijvie
- aardbei
- witlof
- mandarijn
- spruiten schilletjes
- kiwi
- perzik
- mango
HOOI
Elk konijn moet de gehele dag beschikking hebben over hooi (en water natuurlijk). Hooi kunt u nooit te veel geven en dik worden ze er ook niet van. Het is heel goed voor het gebit en de vezels stimuleren de darmen.
Sommige konijnen eten liever stro dan hooi. Stro bevat veel minder goede voedingsstoffen dan hooi. Waneer uw konijn dus teveel van het stro eet, kunt u dat beter vervangen door een laag hooi.
DRINKWATER
Een konijn moet altijd water kunnen drinken. Hoeveel water een konijn drinkt verschilt per konijn. Het ene konijn drinkt maar 5 ml op een dag en het ander konijn 100 ml per kilo lichaamsgewicht. Dit verschil heeft een aantal oorzaken. Het ene konijn krijgt meer groenvoer dan het andere konijn. Ook de temperatuur heeft veel invloed.
Het drinkwater moet elke dag vers zijn. Ook al is de drinkbak of waterfles nog niet leeg.
Veel mensen vragen zich af wat beter is; een drinkbak of een waterfles. Drinken uit een waterbak is natuurlijker dan uit een waterfles. Nadelen van een waterbak is dat het gauw vuil wordt, het konijn door het water heen loopt of dat het bakje omgegooid wordt. Een fles is veel hygiënischer, maar wel weer onnatuurlijk en sommige konijnen snappen de werking van de waterfles niet.
Kies je voor een waterbak, koop dan bijvoorbeeld en hele zware of een van metaal die je aan de rand van de kooi kan bevestigen.
Verander nooit zomaar van een waterbak naar een waterfles. Sommige konijnen snappen de werking niet van een waterfles en zullen niet meer drinken. Houd de waterbak nog een tijdje in de kooi en houd de waterfles regelmatig voor zijn bekje en knijp er een beetje in. Op een gegeven moment snapt het konijn hoe hij/zij uit de waterfles moet drinken en dan pas het waterbakje weghalen.
In de winter kan het drinkwater van buitenkonijnen bevriezen. Controleer regelmatig of het niet bevroren is. Doe geen zout door het drinkwater, dit is zeer slecht voor een konijn.
Konijnen zijn 28-33 dagen drachtig. Vlak voor de bevalling wordt de voedster vak wat knorrig en op het laatste moment plukt zij de haren rondom de tepels weg; zo kunnen de jonge tijdens het zogen beter bij de tepels. En wordt het nest met haar haar warm gehouden.
De jongen worden doof, blind en kaal geboren. He zijn ook nestblijvers. Ze wegen bij de geboorte (afhankelijk van het ras) ongeveer 50 gram. Ze blijven ongeveer 2 weken in het nest. Controleer het nest vlak na de geboorte op eventueel doodgeborenen en laat het nest zeker de eerste dagen met rust.
In tegenstelling tot bijvoorbeeld honden, katten en kleine knaagdieren zit moederkonijn zover mogelijk van haar jonge vandaan. In de natuur heeft dit gedrag grote voordelen om de vijand te misleiden. Het zal daarom lijken dat ze haar jongen negeert. De moeder zoogt de jonge 4-6 weken, meestal 2 maal per dag: ’s ochtends vroeg en ’s avonds laat en het duur maar enkele minuten. De jonge gaan tijdens het zogen op hun rug liggen waardoor de moeders tijdens het zogen de buikjes kan likken om het plassen en poepen te stimuleren. Na het zogen hebben de jongen de buikjes vol en gaan tevreden slapen.
Zorg tijdens de zoogperiode dat er voor de moeder altijd ruim krachtvoer en water aanwezig is en zorg dat het nest/ de kooi/ het hok op een rustige plek staat. Met ongeveer 8 weken kunnen de jongen bij de moeder vandaan.
- GESLACHTSRIJP : 4 maanden
- FOKRIJP : 6- 9 maanden
- DRAAGTIJD : 28- 33 dagen
- WORPGROOTE : 2- 12
- JONGE ZIJN : nestblijvers
- OGEN OPEN : ongeveer 10 dagen
- SPEENLEEFTIJD : 4- 6 weken
- GEMIDDELDE LEEFTIJD : 7- 8 jaar
- HUISVESTING : apart, 2 of meer voedsters
- VOEDING : konijnenbiks, hooi, groenvoer (fruit, groente)
MYXOMATOSE
Sinds de jaren vijftig is Myxomatose een ziekte welke zich in sterke mate verbreid heeft. Myxomatose leidt ieder jaar weer tot aanzienlijke sterfte onder wilde en tamme konijnen. De ziekte wordt veroorzaakt door het Myxomatosevirus. De verspreiding van deze ziekte kan op verschillende manieren verlopen. De belangrijkste is via stekende insecten zoals vlooien, muggen en vliegen. Ook is besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk. Wanneer een infectie in een groep konijnen is aangeslagen is het verloop zeer moeilijk te beïnvloeden. Preventieve maatregelen zijn daarom van essentieel belang.
SYMPTOMEN
De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt enkele dagen tot een week. In de huid van aangetaste dieren ontwikkelen zich weke bobbels (myxomen). Voorkeursplaatsen voor deze myxomen zijn: rond de ogen, de snuit, de oren en de anaalstreek. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaat er een vaak pussige oog- en neusuitvloeiing. Veel konijnen sterven tengevolge van een myxomatose infectie.
De meest geschikte tijd om tegen Myxomatose te vaccineren is in het voorjaar (april), aangezien het gevaar op besmetting via insecten in de zomer het grootst is. Het is zeer raadzaam de dieren nog een herhalingsvaccinatie te laten geven in de maand september.
VIRAAL HAEMORRHAGISCH SYNDROOM (VHD)
Viraal Haemorrhagisch Syndroom is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke konijnenziekte. VHD werd in 1984 voor het eerst in China waargenomen. De ziekte komt nu ook in Europa voor. VHD wordt veroorzaakt door een virus. De ziekte kan zich snel via o.a. mest, besmette dieren en materialen (o.a. vers gesneden gras) verspreiden.
SYMPTOMEN
Voornamelijk konijnen ouder dan 10 weken worden door VHD getroffen. Vooral jonge voedsters zijn erg gevoelig. De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt 1- 3 dagen.
We kunnen 3 vormen onderscheiden:
- zeer snel verlopende vorm: gekaraktiseerd door plotselinge dood;
- snel verlopende vorm: depressie, stoppen met eten, benauwdheid, koorts (40-41,5ºC) incoördinatie, soms schreeuwen en tandenknarsen.
- milde vorm: vaak ziet men in het laatste stadium een schuimige, bloederige, neusuitvloeiing gevolgd door de dood; deze vorm is zeldzaam.
De meest geschikte tijd om tegen VHD te vaccineren is in het voorjaar (april), aangezien het gevaar op besmetting via insecten in de zomer het grootst is. Het is zeer raadzaam de dieren nog een herhalingsvaccinatie te laten geven in de maand september.
Gebitsproblemen bij het konijn
Het konijn behoort tot de orde van lagomorpha (haasachtigen) en behoren dus niet zoals veel mensen denken tot de orde van de rodentia (knaagdieren). Ze onderscheiden zich van knaagdieren omdat ze achter de snijtanden, 2 stifttandjes hebben. De stifttanden zijn kleine snijtandjes die achter de snijtanden van de bovenkaak staan. De tanden en kiezen van het konijn hebben een open wortel en groeien gedurende het hele leven van een konijn door. De snijtanden groeien ongeveer 2- 2,4 mm per week. Door het knagen en kauwen van voedsel slijten de tanden en kiezen. Daarom is het belangrijk om het konijn zoveel mogelijk hooi te laten eten. Hooi is heel vezelrijk waardoor de tanden en kiezen goed kunnen afslijten.
Bij een normaal gebit staan de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden en raken de ondersnijtanden de stifttandjes. De snijtanden slijten hierdoor beitelvormig af waardoor een konijn optimaal kan knagen. Het konijn maalt zijn voedsel door tijdens het kauwen zijn kiezen horizontaal te bewegen, hierdoor slijten zijn kiezen af.
Symptomen van gebitsproblemen:
- Moeite met eten of helemaal stoppen met eten.
- Oog- en neusuitvloeiing door ontsteking van de traanbuizen
- Speekselen, hierdoor kan de huid rond de bek ontstoken raken.
- Abcessen op de kop
- Slechte conditie en vacht.
- Problemen met het maagdarmkanaal, omdat de darmen niet goed werken als het konijn niet eet. Het konijn kan dan last krijgen van verstoppingen of diarree.
- Vermageren door verminderde voedselopname.
Gebitsproblemen door verkeerde voeding
Konijnen hebben een ongewone calcium- stofwisseling. Het konijn is voor de calciumopname afhankelijk van zijn voeding. Wanneer konijnen voeding met te weinig calcium krijgen kan er een tekort aan calcium in het bloed ontstaan. De meeste konijnen krijgen gemengde voeding. Vaak eten ze alleen de smakelijke dingen uit de voeding op en laten ze de bikskorrels liggen. Deze bikskorrels zijn juist belangrijk voor de calciumopname. Om toch aan zijn calciumbehoefte te voldoen haalt het konijn calcium uit zijn kaakbot, met als gevolg botontkalking. Door de botontkalking komen de kiezen losser in het kaakbot te staan en dat kan een afwijkende stand van de kiezen veroorzaken. Er vindt dan onvoldoende slijtage van de kiezen plaats waardoor er haken op de kiezen gevormd kunnen worden. Die haken prikken in de tong en de wangen van het konijn, dit is zeer pijnlijk en vaak de reden dat een konijn stopt met eten. Er kan ook een afwijkende stand van de snijtanden ontstaan, deze slijten dan niet meer goed op elkaar af.
Ze kunnen dan in de verkeerde richting gaan groeien en daardoor te lang worden (olifantstanden). De wortels van tanden en kiezen kunnen verkeerd groeien richting het bot. Het konijn kan dan last krijgen van botontstekingen en abcessen. Ze kunnen ook last krijgen van ontstekingen van de traanbuizen door wortels die naar boven groeien, met als gevolg onstoken ogen met veel ooguitvloeiing.Niet alleen door verkeerde voeding kunnen er gebitsproblemen ontstaan, maar ook doordat het konijn bijvoorbeeld door een klap of val de tand is kwijtgeraakt.
De tand zal na verloop van tijd wel weer teruggroeien, maar soms groeit de tand verkeerd waardoor er een afwijkende stand van het gebit ontstaat. Het kan soms wel eens voorkomen dat de tand helemaal niet meer teruggroeit. De tanden kunnen dan niet meer goed op elkaar afslijten en het konijn zal zijn hele leven last hebben van tanden die te lang worden en die geregeld geknipt moeten worden. Het komt wel eens voor bij konijnen dat de bovenkaak te kort is waardoor de tanden en kiezen niet goed op elkaar kunnen afslijten, dit is een erfelijke afwijking.
Tanden knippen
Dit wordt vaak gedaan, maar er zitten wel nadelen aan deze methode:
- Risico van het splijten van de tanden in de lengte richting.
- Soms blijven er scherpe randen van de tanden zitten na het knippen, waardoor de tong en lippen beschadigd kunnen raken
- Voor het knippen moet er kracht uitgeoefend worden, soms is die zo groot dat het diepe tandweefsel waaruit de tand groeit beschadigd kan raken, wat gevolgen kan hebben voor de tandgroei.
Het voordeel van deze methode is dat het konijn niet onder sedatie gebracht hoeft te worden. De meeste konijnen laten het knippen vaak makkelijk toe.
Slijpen van de snijtanden
Tegenwoordig worden de snijtanden vaker geslepen dan geknipt. Bij het slijpen van de snijtanden wordt er minder kracht uitgeoefend waardoor er minder kans op beschadigd tandweefsel ontstaat. Bij rustige konijnen kan het slijpen gebeuren zonder het konijn onder sedatie te brengen. Door het slijpen kan je de stand van de snijtanden corrigeren waardoor ze weer goed op elkaar af kunnen slijten. De snijtanden zijn niet scherp na het slijpen. Soms kan je met slijpen de afwijkende stand van het gebit niet meer corrigeren en moeten de snijtanden om de paar weken geslepen worden omdat ze door het slechte afslijten weer heel snel lang groeien.
Haken op kiezen verwijderen
Bij sommige konijnen kunnen de kiezen niet goed op elkaar afslijten, met als gevolg dat er scherpe punten (haken) ontstaan. Na een tijdje kunnen deze punten in de wang of tong van het konijn gaan prikken. Dit is heel pijnlijk, waardoor het konijn minder gaat eten of helemaal stopt met eten. Door de irritatie kan het konijn meer gaan speekselen. Het weghalen van haken op de kiezen moet onder verdoving gedaan worden. De haken van de kiezen worden er afgeknipt met een speciale kniptang. De haken kunnen wel na een paar weken terugkeren door verkeerde slijtage van de kiezen, waardoor het konijn weer problemen kan krijgen.

Het konijn kan na het verwijderen van de haken op de kiezen nog slecht eten, dus wordt dwangvoeden geadviseerd om te voorkomen dat er problemen met het maagdarmkanaal ontstaan. Dit kunt u doen door ze te dwangvoeren met critical care. Critical care is een vloeibare voeding speciaal samengesteld voor de dwangvoeding van konijnen. Er zit vooral veel ruwvezel in en voedingsstoffen die het konijn nodig heeft voor het herstel. Er is ook een goede volledige voeding voor konijnen verkrijgbaar (science selective). Hierin zit alles wat uw konijn nodig heeft samengeperst in een korrel. Het konijn kan hierdoor geen selectie meer maken en krijgt alleen de juiste hoeveelheden voedingsstoffen binnen.
U kunt deze voeding bij ons in de praktijk verkrijgen.
Openingstijden
Dinsdag 9.00 tot 19.00 uur
Woensdag 9.00 tot 19.00 uur
Donderdag 9.00 tot 19.00 uur
Vrijdag 9.00 tot 19.00 uur
Zaterdag 16.30 tot 17.00 uur
Zaterdag is inloopspreekuur
Maandag t/m Vrijdag
behandeling volgens afspraak